Aan Charles Baudelaire
Croisset, 13 juli 1857
Beste vriend,
Eerst heb ik uw boek van het begin tot het eind verslonden, zoals een keukenmeid met een vervolgverhaal doet, en nu, sinds een week, herlees ik het vers voor vers en woord voor woord, en om eerlijk te zijn vind ik dat geweldig en brengt het me in vervoering. U hebt kans gezien de romantiek te verjongen. U lijkt op niemand (wat de allereerste kwaliteit is). De oorspronkelijkheid van de stijl vloeit voort uit de gedachte. De zin zit barstensvol idee.
Ik houd van uw scherpte die wordt versterkt door het fijnzinnige taalgebruik, zoals bij een fraai gegraveerd fijn lemmet.
Dit zijn de gedichten die mij het meest hebben getroffen: sonnet XVIII: De Schoonheid; voor mij een werk van de hoogste waarde; - en verder de volgende gedichten: Het Ideaal, De Reuzin (dat ik al kende), gedicht XXV
Met haar golvende kleren als van parelmoer,
Een kadaver, De Kat (blz. 79), Het Mooie Schip, Voor een creoolse dame, Spleen (blz. 140), dat mij diep bedroefde, zo raak is het van kleur! Ach! u begrijpt tenminste hoe ellendig het bestaan is! Daar kunt u zich zonder trots op beroemen. Ik stop met mijn opsomming, anders lijkt het of ik de inhoudsopgave van uw boek overschrijf. Toch moet ik u zeggen dat ik verzot ben op gedicht LXXV, Droefenis van de maan:
(…)die voor zij slapen gaat met een verstrooid gebaar
haar hand de ronding van haar borsten licht laat strelen (…)
en ik heb diepe bewondering voor de Reis naar Cythera, enz., enz.
Wat kritische opmerkingen betreft, die maak ik in het geheel niet, omdat ik er niet zeker van ben dat ik er zelf over een kwartier nog zo over zou denken. Ik ben kortom bang dwaasheden te zeggen waarvan ik onmiddellijk spijt zou krijgen.
Wanneer ik u deze winter weerzie in Parijs, zal ik u alleen maar, met twijfel en bescheidenheid, enkele vragen stellen.
Samengevat, wat mij in uw boek in de eerste plaats bevalt, is dat de kunst daarin overheerst. Bovendien bezingt u het vlees zonder het te beminnen, op een droevige, afstandelijke manier die mij sympathiek is. U bent hard als marmer en doordringend als Engelse mist.
Nogmaals, duizend maal dank voor het geschenk
Ik groet u met een stevige handdruk.
Gustave Flaubert
Vertaald door Koos Hagen
Noot van de vertaler
De eerste editie van Les Fleurs du Mal verscheen 25 juni 1857. De verwijzingen in bovenstaande brief van Flaubert hebben uiteraard betrekking op deze uitgave en komen niet overeen met latere edities, die meer gedichten bevatten dan de honderd van 1857.In hetzelfde jaar schreef Flaubert zijn vriend nog enkele brieven, onder meer om zijn verontwaardiging te uiten over het proces waarbij Baudelaire werd aangeklaagd vanwege het zedeloze karakter van bepaalde gedichten.
Deze brief die Flaubert aan de dichter Charles Baudelaire stuurde om zijn bewondering uit te spreken over zijn poëzie, is recentelijk voor het eerst in het Nederlands vertaald door Koos Hagen, stadsdichter van Amstelveen.
KG
