Twee gedichten
Bij 'Erotik' van Edvard Grieg
Ik wil een liefde, door haar martelingen
zo pijnlijk als een trage agonie,
krachtiger dan de dood, een liefde die
geen einde kent en geen veranderingen.
Ik wil dat ongezegde pijnigingen
ons drijven tot gedeelde euforie
en dat alleen de zee een elegie
rondom de muren van het huis zal zingen.
Ik wil een burcht van onvernietigbaar
graniet, een kamer in een hoge toren,
zich strekkend naar de poolster in de nacht.
Ik wil een bed bekleed met purper waar
ons, in die schemer aan elkaar verloren,
als in het graf de Eindeloosheid wacht.
De strijd
Ze blijft de liefdesdronken man weerstreven,
totdat ze tartend achterover zinkt.
Haar iris is in 't oogwit weggedreven:
een zeegroen bloempje dat in melk verdrinkt.
De huid van haar gelaat lijkt licht te geven;
een zaag van scherpgepunte tanden blinkt
tussen bloedrode lippen, opgeheven
naar hem die haar tot overgave dwingt.
Dan weet ze, als een slang, hem te ontglippen.
Ze maakt zich los en strekt zich en verstart,
een ijselijke glimlach in haar ogen,
wanneer de man haar vastpakt en zijn lippen
meermalen in haar zachte hals drukt, hard,
zijn hoofd, dat rood van woede is, gebogen.
Gabriele d'Annunzio Ik schrijf een liefdeslied voor jou alleen Amsterdam 2002
Gekozen en vertaald door Ike Cialona |